Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
16 februari 2021.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor meermalige poging tot oplichting van hoogbejaarde personen via de babbeltruc, strafbaar gesteld in art. 326 lid 1 Sr Pro. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld en onder meer schadevergoedingsmaatregelen opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De verdachte ging in cassatie tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het bewijs en de feiten onvoldoende waren om het hofarrest te vernietigen. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen onjuist was, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover vervangende hechtenis werd toegepast en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: Het hofarrest is vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast; het beroep is verder verworpen.