ECLI:NL:HR:2021:244

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 maart 2021
Publicatiedatum
17 februari 2021
Zaaknummer
18/01251
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 AWRArt. 225 SrArt. 326 SrArt. 80a RO
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring cassatieberoep in zaak medeplegen oplichting en valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting door een rechtspersoon, medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van oplichting.

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld en een schriftuur ingediend. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over de ontvankelijkheid van het beroep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens. Het arrest bevestigt de uitspraak van het hof en sluit het cassatieproces af zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan kans van slagen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01251
Datum2 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 12 maart 2018, nummer 23/003015-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureurgeneraal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 maart 2021.