Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:267

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 februari 2021
Publicatiedatum
18 februari 2021
Zaaknummer
19/05964
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak beroepsaansprakelijkheid advocaat

De zaak betreft een beroep in cassatie van eiseres tegen arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch in een procedure over beroepsaansprakelijkheid van haar advocaat. De kern van het geschil is dat de wederpartij een anticipatie-exploot in de appelprocedure aan het woonadres van de cliënte heeft uitgebracht zonder dat de advocaat daarvan op de hoogte was, waardoor de advocaat zich niet in de procedure stelde en ontslag van instantie volgde.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties voor het procesverloop en beoordeelt de klachten over de arresten van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de arresten en dat motivering niet nodig is omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05964
Datum19 februari 2021
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
MAATSCHAP [de Maatschap],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: De Maatschap,
advocaat: D.M. de Knijff.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/02/306977/HA ZA 15-721 van de rechtbank Zeeland-West- Brabant van 9 maart 2016 en 13 juli 2016;
de arresten in de zaak 200.206.927/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 december 2017, 9 oktober 2018 en 1 oktober 2019.
[eiseres] heeft tegen de arresten van het hof van 9 oktober 2018 en 1 oktober 2019 beroep in cassatie ingesteld.
De Maatschap heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Maatschap begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
19 februari 2021.