ECLI:NL:HR:2021:283
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betrof een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat de beoordeling van de middelen niet vereist dat wordt ingegaan op vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 26 februari 2021 in het openbaar gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, samen met raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon. Hiermee is het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.