ECLI:NL:HR:2021:286
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak personenauto's en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had verzet aangetekend tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland betreffende een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen. Na behandeling van het beroep in cassatie heeft de Hoge Raad de ingediende middelen beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Ten aanzien van de proceskosten zag de Hoge Raad geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 26 februari 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.