Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
2 maart 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2019, waarin verdachte werd veroordeeld wegens poging tot moord op zijn ex-vriendin. De feiten betreffen het slaan en snijden van het slachtoffer in het gezicht en de arm met een mes.
Verdachte stelde in cassatie onder meer klachten in over het ontbreken van voorbedachte raad. De advocaat-generaal adviseerde echter tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest is uitgesproken op 2 maart 2021 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het hof in stand blijft.