Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 maart 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, op grond van artikel 408 lid 2 Sv Pro. De verdachte voerde verweer dat sprake was van een verontschuldigbare termijnoverschrijding, onder meer omdat hij tijdig een bezwaarschrift naar het arrondissementsparket had gestuurd en niet werd bijgestaan door een advocaat.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit verweer kennelijk heeft verworpen, maar nagelaten heeft om een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing te geven op dit punt. Dit is een schending van het recht op een behoorlijke procesorde, waardoor cassatie volgt.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest van het hof, wijst de zaak terug en benadrukt het belang van een gemotiveerde beslissing bij betwisting van de termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van een gemotiveerde beslissing over de verontschuldigbare termijnoverschrijding.