ECLI:NL:HR:2021:315

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 maart 2021
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
20/00713
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107.1 WVW 1994Art. 408.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken gemotiveerde beslissing over verontschuldigbare termijnoverschrijding bij rijden zonder rijbewijs

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, op grond van artikel 408 lid 2 Sv Pro. De verdachte voerde verweer dat sprake was van een verontschuldigbare termijnoverschrijding, onder meer omdat hij tijdig een bezwaarschrift naar het arrondissementsparket had gestuurd en niet werd bijgestaan door een advocaat.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit verweer kennelijk heeft verworpen, maar nagelaten heeft om een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing te geven op dit punt. Dit is een schending van het recht op een behoorlijke procesorde, waardoor cassatie volgt.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing. De Hoge Raad volgt dit advies en vernietigt het arrest van het hof, wijst de zaak terug en benadrukt het belang van een gemotiveerde beslissing bij betwisting van de termijnoverschrijding.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van een gemotiveerde beslissing over de verontschuldigbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00713
Datum2 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 januari 2020, nummer 22-004956-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw kan worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel richt zich tegen het oordeel van het hof dat het hoger beroep te laat is ingesteld.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 18.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 maart 2021.