Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:340

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2021
Publicatiedatum
4 maart 2021
Zaaknummer
20/01365
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hofuitspraak over buitengerechtelijke ontbinding en schadevergoeding bij koop auto

In deze zaak stond de vraag centraal of de verkoper van een auto de koopovereenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden en aanspraak kon maken op schadevergoeding. Het geschil is een vervolg op een eerdere uitspraak van de Hoge Raad van 8 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3091).

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de eiser tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2020 beoordeeld. De klachten van de eiser konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de eiser veroordeeld in de kosten van het geding, die aan de zijde van de verweerster op nihil zijn begroot. Hiermee is het arrest van het hof bevestigd en blijft de buitengerechtelijke ontbinding en de toegewezen schadevergoeding in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01365
Datum5 maart 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[verweerster],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
zijn arrest tussen partijen in de zaak 16/05345, ECLI:NL:HR:2017:3091 van 8 december 2017;
het arrest in de zaak 200.236.846/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 januari 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
5 maart 2021.