ECLI:NL:HR:2021:363
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch en de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2014 en 2015, inclusief beschikkingen over belastingrente en griffierecht.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze brief is afgeleverd, maar het griffierecht is niet voldaan. Vervolgens is belanghebbende opnieuw aangeschreven om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar deze brief werd onbestelbaar geretourneerd. Na adresverificatie werd een gewone brief verzonden, waarop geen reactie volgde.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 12 maart 2021 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.