ECLI:NL:HR:2021:365
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die ging over een geschil betreffende de toepassing van de Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschappen. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is.
Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. In deze zaak is er geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in dit soort geschillen.
Belanghebbende voerde aan dat het rechtsmiddelverbod doorbroken moet worden, omdat de Centrale Raad van Beroep fundamentele rechtsbeginselen zou hebben geschonden. De Hoge Raad verwierp dit betoog en stelde dat de bevoegdheid van de Hoge Raad beperkt is tot uitleg en toepassing van enkele wettelijk aangewezen begrippen. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt geen grondslag voor uitbreiding van deze bevoegdheid.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag voor cassatie tegen deze uitspraak.