ECLI:NL:HR:2021:40

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 januari 2021
Publicatiedatum
12 januari 2021
Zaaknummer
19/03398
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt

De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De vordering betrof opbrengsten uit hennepteelt. De betrokkene voerde onder meer aan dat het hof onvoldoende inzicht had gegeven in het overzicht van de gebruikte middelen en de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens betwistte hij de vaststelling van eerdere oogsten.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarmee heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. Deze beslissing bevestigt de rechtmatigheid van de ontnemingsvordering en de wijze waarop het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof Amsterdam over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03398 P
Datum12 januari 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 8 juli 2019, nummer 23-004012-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft C. Crince Le Roy, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 januari 2021.