Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:414

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2021
Publicatiedatum
18 maart 2021
Zaaknummer
20/01446
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in huurrechtzaak over gehele woning

In deze zaak stond de vraag centraal of de huurovereenkomst betrekking had op de gehele woning, inclusief de zolderverdieping. Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 3 maart 2020, waarin het hof zijn vordering had afgewezen.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar deze niet ontvankelijk verklaard voor vernietiging, mede omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, terwijl verweerder verstek liet gaan. Het arrest werd op 19 maart 2021 gewezen door de raadsheren van de Civiele Kamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01446
Datum19 maart 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in kort geding in de zaak 7174541 VV EXPL 18-395 van de kantonrechter te Rotterdam van 7 november 2018;
de arresten in de zaak 200.254.639/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 april 2019 en 3 maart 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 3 maart 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
19 maart 2021.