Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
23 maart 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak ging het om brandstichting in de kelder van een café in Ravenstein. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en een schadevergoedingsmaatregel waarbij vervangende hechtenis kon worden toegepast bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte volstond met een enkele constatering van overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep, terwijl dit niet begrijpelijk was gemotiveerd. Ook was de inzendtermijn in cassatie overschreden. Daarom werd de straf verminderd met zeven maanden tot vijf jaar en vijf maanden.
Daarnaast werd geoordeeld dat de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel niet juist was. De Hoge Raad bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 23 maart 2021.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaar en vijf maanden en gijzeling kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen.