Art. 23 lid 2 Elektriciteitswet 1998Art. 23 lid 3 onder a Elektriciteitswet 1998Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt weigering tot vernietiging arrest over verzwaarde aansluiting en discriminatieverbod
In deze zaak heeft Liander N.V. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2019. De kern van het geschil betreft de uitleg en toepassing van artikel 23 vanPro de Elektriciteitswet 1998, met name de verplichting voor de netbeheerder om een verzwaarde aansluiting binnen 18 weken na aanvraag te realiseren en de vraag of het niet nakomen hiervan zonder schending van het discriminatieverbod mogelijk is.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties, waaronder de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In cassatie zijn de klachten van Liander beoordeeld, maar deze leiden niet tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 ROPro.
Het beroep wordt verworpen en Liander wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke aan de zijde van Nedcool nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Kroeze op 26 maart 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Liander wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00262
Datum26 maart 2021
ARREST
In de zaak van
LIANDER N.V., gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
hierna: Liander,
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
tegen
NEDCOOL B.V., gevestigd te Kerkdriel,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Nedcool,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/05/338790 /KG ZA 18-238 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 25 juni 2018;
de arresten in de zaak 200.248.601 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 november 2018 en 3 december 2019.
Liander heeft tegen het arrest van het hof van 3 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Nedcool is verstek verleend.
De zaak is voor Liander toegelicht door haar advocaat en mede door T. van Tatenhove en J.H.G. Hordijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Liander heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Liander in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nedcool begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 26 maart 2021.