In deze zaak staat het geschil centraal over de totstandkoming van een huurovereenkomst voor een winkelpand en de vraag of een waarborgsom verschuldigd is bij ontbinding en schadevergoeding. De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 december 2019.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen van de kantonrechter te Enschede en arresten van het hof. Na beoordeling van de klachten concludeert de Hoge Raad dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Kroeze en Lock en in het openbaar uitgesproken door Kroeze op 26 maart 2021.