Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
30 maart 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de poging tot bevrijding van een gedetineerde uit de gevangenis in Roermond met behulp van een helikopter centraal. De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor deze poging, waarbij het hof oordeelde dat er sprake was van een begin van uitvoering van het ten laste gelegde feit.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep niet tot cassatie kan leiden. De motieven voor deze beslissing zijn opgenomen in een samenhangend arrest van dezelfde datum, waarin soortgelijke zaken worden behandeld.
De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest maakt deel uit van een bundeling van zaken die betrekking hebben op vergelijkbare feiten en juridische vragen rondom pogingen tot bevrijding van gedetineerden.
De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 30 maart 2021, waarbij vijf raadsheren betrokken waren. Het arrest bevestigt de rechtspraak over het begrip 'begin van uitvoering' bij poging en de beoordeling van dergelijke strafbare feiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat sprake is van een begin van uitvoering van poging tot bevrijding wordt bevestigd.