ECLI:NL:HR:2021:454

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
25 maart 2021
Zaaknummer
20/00934
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over poging tot bevrijding gedetineerde met helikopter

In deze strafzaak stond de poging tot bevrijding van een gedetineerde uit de gevangenis in Roermond met behulp van een helikopter centraal. De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor deze poging, waarbij het hof oordeelde dat er sprake was van een begin van uitvoering van het ten laste gelegde feit.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geconcludeerd dat het beroep niet tot cassatie kan leiden. De motieven voor deze beslissing zijn opgenomen in een samenhangend arrest van dezelfde datum, waarin soortgelijke zaken worden behandeld.

De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest maakt deel uit van een bundeling van zaken die betrekking hebben op vergelijkbare feiten en juridische vragen rondom pogingen tot bevrijding van gedetineerden.

De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 30 maart 2021, waarbij vijf raadsheren betrokken waren. Het arrest bevestigt de rechtspraak over het begrip 'begin van uitvoering' bij poging en de beoordeling van dergelijke strafbare feiten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat sprake is van een begin van uitvoering van poging tot bevrijding wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00934
Datum30 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 maart 2020, nummer 23-004179-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat ter zake van het onder 2 tenlastegelegde sprake is van een begin van uitvoering van - kort gezegd - bevrijding van een gevangene.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak ECLI:NL:HR:2021:389.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 maart 2021.