Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 maart 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin vervangende hechtenis was opgelegd bij een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij. Namens de verdachte werd een cassatiemiddel ingediend gericht tegen de duur en toepassing van de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis had toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel en verwees naar een eerdere uitspraak (HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914) waarin is bepaald dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in dergelijke gevallen. De uitspraak van het hof werd daarom vernietigd voor zover het de vervangende hechtenis betrof.
Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf met vijf jaren moest worden verminderd. De straf werd aangepast tot vier jaren en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel, bepaalt dat gijzeling kan worden toegepast en vermindert de gevangenisstraf tot vier jaren en negen maanden.