ECLI:NL:HR:2021:477

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
26 maart 2021
Zaaknummer
19/05061
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek in poging tot doodslag

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake poging tot doodslag door medeplegen. De verdachte werd ervan beschuldigd samen met een ander het slachtoffer met een schroevendraaier te hebben gestoken en vervolgens met een knie op diens borst te hebben gedrukt.

In hoger beroep had de raadsman van de verdachte verzocht om het horen van het slachtoffer als getuige. Het hof wees dit verzoek af omdat het, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, onaannemelijk achtte dat het slachtoffer binnen een aanvaardbare termijn gehoord kon worden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd op welke feiten en omstandigheden deze conclusie is gebaseerd.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking vanwege deze beslissing.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering bij afwijzing van het getuigenverzoek.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05061
Datum30 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 november 2019, nummer 23-003360-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Buchel, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de afwijzing door het hof van het verzoek tot het horen van [slachtoffer] als getuige.
2.2
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op of omstreeks 1 oktober 2016 in de gemeente Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met zijn mededader die [slachtoffer], in het bovenlichaam heeft gestoken en vervolgens met een knie op de borst van die [slachtoffer] heeft geduwd/gedrukt.”
2.3
Het hof heeft met betrekking tot het horen van [slachtoffer] als getuige het volgende overwogen:
“De raadsman heeft – indien het hof de verklaringen van de aangever bij de huidige stand van het onderzoek betrouwbaar zou achten – het hof verzocht het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde alsnog te proberen aangever [slachtoffer] te (doen) horen als getuige. Gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het hof onaannemelijk dat [slachtoffer] binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden, zodat het verzoek wordt afgewezen.”
2.4
Het hof heeft het verzoek tot het horen van [slachtoffer] als getuige afgewezen omdat het “gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting” onaannemelijk is dat [slachtoffer] binnen een aanvaardbare termijn gehoord kan worden. Uit de uitspraak van het hof blijkt echter niet om welke uit het dossier of het verhandelde ter terechtzitting blijkende feiten en omstandigheden het daarbij gaat. Het hof heeft zijn beslissing daarom ontoereikend gemotiveerd.
2.5
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en derde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 maart 2021.