ECLI:NL:HR:2021:484

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2021
Publicatiedatum
26 maart 2021
Zaaknummer
20/01082
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof over poging bevrijding gedetineerde met helikopter

De zaak betreft het cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 maart 2020, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot bevrijding van een gedetineerde uit de gevangenis in Roermond met behulp van een helikopter.

De verdachte stelde verschillende cassatiemiddelen voor, waaronder dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een begin van uitvoering van de poging tot bevrijding. De Hoge Raad verwijst naar een samenhangend arrest (ECLI:NL:HR:2021:389) waarin de gronden voor dit oordeel zijn uiteengezet en bevestigt dat het cassatiemiddel niet tot cassatie leidt.

Verder heeft de Hoge Raad ook de overige klachten van de verdachte beoordeeld, maar deze leiden eveneens niet tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat beantwoording van deze klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad besluit het cassatieberoep te verwerpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01082
Datum30 maart 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 maart 2020, nummer 23-004183-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Grijsen, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt onder meer op tegen het oordeel van het hof dat ter zake van het onder 2 tenlastegelegde sprake is van een begin van uitvoering van - kort gezegd - bevrijding van een gevangene.
2.2
Het cassatiemiddel leidt in zoverre niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak ECLI:NL:HR:2021:389.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, A.L.J. van Strien, M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 maart 2021.