Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
30 maart 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 maart 2020, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot bevrijding van een gedetineerde uit de gevangenis in Roermond met behulp van een helikopter.
De verdachte stelde verschillende cassatiemiddelen voor, waaronder dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een begin van uitvoering van de poging tot bevrijding. De Hoge Raad verwijst naar een samenhangend arrest (ECLI:NL:HR:2021:389) waarin de gronden voor dit oordeel zijn uiteengezet en bevestigt dat het cassatiemiddel niet tot cassatie leidt.
Verder heeft de Hoge Raad ook de overige klachten van de verdachte beoordeeld, maar deze leiden eveneens niet tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat beantwoording van deze klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad besluit het cassatieberoep te verwerpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.