Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
13 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over poging doodslag met een messteek. De verdachte werd veroordeeld tot gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel waarbij vervangende hechtenis werd opgelegd bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten over de hoofdbeslissing van het hof niet leiden tot vernietiging, maar vernietigt het arrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis, conform eerdere jurisprudentie.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden door late aanlevering van stukken, wat leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twee jaren, zodat deze op een jaar en elf maanden wordt gesteld.
Het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 13 april 2021.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot een jaar en elf maanden en gijzeling kan van gelijke duur worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel.