Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en een daarbij behorende boetebeschikking. Na een uitspraak van de rechtbank Den Haag werd in hoger beroep door het gerechtshof Den Haag de naheffingsaanslag en boete gehandhaafd. Belanghebbende stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof. Daarbij werd geen nadere motivering gegeven omdat de zaak niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het gerechtshof in stand en is de naheffingsaanslag BPM met boetebeschikking definitief bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.