Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:528

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2021
Publicatiedatum
8 april 2021
Zaaknummer
19/05893
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid bank niet voor schade door aandeelhoudersconflict

In deze zaak vorderen meerdere aandeelhouders schadevergoeding van ING Bank omdat de bank niet zou hebben verhinderd dat andere aandeelhouders de vennootschappen leeg trokken. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigde. De aandeelhouders stelden cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de eisers in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd en wordt de aansprakelijkheid van ING Bank niet erkend. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Snijders, Wattendorff, ter Heide en Kroeze.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid van ING Bank wordt niet erkend.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05893
Datum9 april 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. MAATSCHAPPIJ WILHELMINA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
4. [C] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [C] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
6. FIPARDO HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
7. STICHTING BEHEER DERDENGELDEN CAUTE,
gevestigd te Amsterdam,
8. STICHTING [eiseres 8],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ING,
advocaten: A. Stortelder en B.T.M. van der Wiel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/13/614832/HA ZA 16-912 van de rechtbank Amsterdam van 1 november 2017;
het arrest in de zaak 200.235.712/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 september 2019.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ING heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor ING mede namens J.R.T. Bouma.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
9 april 2021.