Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:533

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2021
Publicatiedatum
8 april 2021
Zaaknummer
20/01001
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake besluitaansprakelijkheid en causaal verband met schade

De Nederlandse Handelsunie B.V. (NHU) stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hof haar vordering tegen de Gemeente Tilburg afwees. De zaak betrof de vraag of er sprake was van besluitaansprakelijkheid en of er een causaal verband bestond tussen het bestuursbesluit en de door NHU gestelde schade.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het arrest van het hof, en oordeelde dat de klachten van NHU onvoldoende waren om het arrest te vernietigen. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Uiteindelijk wees de Hoge Raad het cassatieberoep af en veroordeelde NHU in de proceskosten, waarbij de kosten aan de zijde van de Gemeente werden vastgesteld op €6.971,34 aan verschotten en €2.200,-- aan salaris. Het arrest werd uitgesproken op 9 april 2021 door de raadsheren Snijders, Wattendorff en Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep van NHU wordt verworpen en NHU wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01001
Datum9 april 2021
ARREST
In de zaak van
NEDERLANDSE HANDELSUNIE B.V.,
gevestigd te Tilburg,
EISERES tot cassatie,
hierna: NHU,
advocaten: R.T. Wiegerink en N. van Triet,
tegen
GEMEENTE TILBURG,
zetelende te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: R.D. Boesveld.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/02/326131/HA ZA 17-62 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 maart 2017 en 15 november 2017;
het arrest in de zaak 200.233.838/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 december 2019.
NHU heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van NHU hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt NHU in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
9 april 2021.