Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde cassatiemiddel
4.Beslissing
20 april 2021.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure richtte de verdachte zich tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin onder meer vervangende hechtenis werd opgelegd bij een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffers. Namens de verdachte werd een cassatiemiddel ingediend dat klaagde over de toepassing van vervangende hechtenis.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de vervangende hechtenis betrof, met de toevoeging dat telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest uitsluitend voor het onderdeel vervangende hechtenis.
De klachten van de benadeelde partijen werden door de Hoge Raad afgewezen zonder nadere motivering, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 20 april 2021.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast en telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.