Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
13 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over brandstichting in een woning te Doetinchem waarbij het slachtoffer is overleden. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren en een schadevergoedingsmaatregel met vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor zover het de duur van de gevangenisstraf en de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel betreft. De straf wordt verminderd tot elf jaren en elf maanden. Tevens wordt ambtshalve bepaald dat bij de schadevergoedingsmaatregel gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis, conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn is overschreden, omdat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, wat de strafvermindering rechtvaardigt. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De Hoge Raad motiveert niet uitgebreid vanwege artikel 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot elf jaar en elf maanden en vervangende hechtenis omgezet in gijzeling van gelijke duur.