ECLI:NL:HR:2021:632

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 april 2021
Publicatiedatum
19 april 2021
Zaaknummer
19/03788
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 EVRMArt. 36f SrArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf en omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 25 maanden en 3 weken en tot schadevergoedingsmaatregelen waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.

De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf tot 23 maanden en 3 weken. Tevens vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregelen. In plaats daarvan bepaalde de Hoge Raad dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.

De overige klachten van de verdachte werden verworpen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 20 april 2021.

Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot 23 maanden en 3 weken en vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen omgezet in gijzeling van gelijke duur.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03788
Datum20 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juli 2019, nummer 21/000069-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend a) wat betreft de duur van de opgelegde straf en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en b) voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen vervangende hechtenis is toegepast en dat de Hoge Raad conform artikel 6:4:20 Sv Pro bepaalt dat telkens gijzeling van gelijke duur zal worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 25 maanden en 3 weken.

4.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel

4.1
Het cassatiemiddel klaagt over de vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.
4.2
Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het door het hof in zoverre bevestigde vonnis genoemde slachtoffers de in het vonnis vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het vonnis telkens genoemde aantal dagen hechtenis.
4.3
Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de in het door het hof in zoverre bevestigde vonnis genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;
- vermindert de duur van deze gevangenisstraf in die zin dat deze 23 maanden en 3 weken beloopt;
- bepaalt dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de voornoemde slachtoffers met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 april 2021.