ECLI:NL:HR:2021:643

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2021
Publicatiedatum
22 april 2021
Zaaknummer
20/01777
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt boeteclausule bij niet-tijdige medewerking koper woning

In deze zaak stond de vraag centraal of de verkoper afstand had gedaan van zijn recht op een contractuele boete wegens niet-tijdige medewerking van de koper bij de levering van een woning. De koper stelde dat de boete gematigd moest worden en dat de verkoper afstand had gedaan van zijn recht hierop.

De procedure begon bij de kantonrechter te Apeldoorn, waarna het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden meerdere arresten heeft gewezen. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de koper beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de arresten van het hof.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen en de eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Hiermee bevestigde de Hoge Raad de rechtmatigheid van de contractuele boete en de afwijzing van het beroep op matiging of afstand door de verkoper.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01777
Datum23 april 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
CHALLENGE VASTGOED B.V,
gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Challenge,
advocaat: R.T. Wiegerink.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 503.7827 CV EXPL 16-2932 van de kantonrechter te Apeldoorn van 8 juni 2016 en 23 november 2016;
de arresten in de zaak 200.213.927 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 augustus 2018, 5 november 2019 en 17 maart 2020.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Challenge heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep voor zover dat is gericht tegen het arrest van 14 augustus 2018 en voor het overige tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Challenge begroot op € 2.830,34 aan verschotten en
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
23 april 2021.