AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verjaring van erfdienstbaarheid van overpad volgens artikel 724 lid 3 oud BW
BE Vastgoed heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 december 2019, waarin het hof oordeelde over de verjaring van een erfdienstbaarheid van overpad. De zaak betrof de vraag of sprake was van een voortdurende en zichtbare erfdienstbaarheid zoals bedoeld in artikel 724 lid 3 vanPro het oude Burgerlijk Wetboek.
De Hoge Raad heeft de klachten van BE Vastgoed beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het cassatieberoep werd verworpen en BE Vastgoed werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Tegen Cool Cat werd verstek verleend. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Snijders, Tanja-van den Broek en ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Kroeze op 30 april 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van BE Vastgoed wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01159
Datum30 april 2021
ARREST
In de zaak van
BE VASTGOED B.V., gevestigd te Zutphen,
EISERES tot cassatie,
hierna: BE Vastgoed,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. COOL DOWN INVESTMENTS B.V., gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: CDI,
advocaat: J.P. Heering,
2. COOL CAT OOST B.V.,
gevestigd te Houten,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Cool Cat,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/09/505363 / HA ZA 16-177 van de rechtbank Den Haag van 4 mei 2016 en 31 augustus 2016;
de arresten in de zaak 200.205.776/02 van het gerechtshof Den Haag van 17 januari 2017 en 24 december 2019.
BE Vastgoed heeft tegen het arrest van het hof van 24 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
CDI heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen Cool Cat is verstek verleend.
De zaak is voor BE Vastgoed en CDI toegelicht door hun advocaten. Voor BE Vastgoed mede door J.M. Moorman en voor CDI mede door C.A. Bosma.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt BE Vastgoed in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CDI begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van Cool Cat begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 30 april 2021.