ECLI:NL:HR:2021:678
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep in cassatie inzake belastingaanslagen 2014 en 2015
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over de belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2014 en 2015, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat het beroepschrift niet voldeed aan de vereiste inhoudelijke gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier gaf belanghebbende de mogelijkheid om dit verzuim binnen zes weken te herstellen, maar de ingediende stukken kwamen na deze termijn binnen en werden daarom buiten beschouwing gelaten.
Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd door de Hoge Raad in het openbaar uitgesproken op 30 april 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.