Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
11 mei 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, in strijd met artikel 9.2 van de Wegenverkeerswet 1994. In cassatie werd aangevoerd dat het recht van laatst spreken, zoals voorgeschreven in artikel 311, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet aan de verdachte was verleend.
De Hoge Raad stelde vast dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat de verdachte dit recht is gelaten. Dit is een fundamentele procesrechtelijke schending die leidt tot nietigheid van het vonnis. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing.
De overige cassatiemiddelen behoefden geen bespreking meer vanwege de vernietiging. Het arrest werd uitgesproken op 11 mei 2021 door de Strafkamer van de Hoge Raad, bestaande uit de vice-president als voorzitter en twee raadsheren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens schending van het recht van laatst spreken.