Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:681

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 mei 2021
Publicatiedatum
3 mei 2021
Zaaknummer
19/03194
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994Art. 311 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending recht op laatst spreken verdachte

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, in strijd met artikel 9.2 van de Wegenverkeerswet 1994. In cassatie werd aangevoerd dat het recht van laatst spreken, zoals voorgeschreven in artikel 311, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet aan de verdachte was verleend.

De Hoge Raad stelde vast dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat de verdachte dit recht is gelaten. Dit is een fundamentele procesrechtelijke schending die leidt tot nietigheid van het vonnis. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting en beslissing.

De overige cassatiemiddelen behoefden geen bespreking meer vanwege de vernietiging. Het arrest werd uitgesproken op 11 mei 2021 door de Strafkamer van de Hoge Raad, bestaande uit de vice-president als voorzitter en twee raadsheren.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens schending van het recht van laatst spreken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03194
Datum11 mei 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 juni 2019, nummer 20-001074-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de verdachte niet het recht is gelaten het laatst te spreken.
2.2
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het voorschrift dat in het vierde lid van artikel 311 van Pro het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen.
2.3
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 mei 2021.