Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
19 januari 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot zware mishandeling waarbij de verdachte haar vriend's zoon met een aardappelschilmesje in het bovenlichaam en oor heeft gestoken. De verdachte voerde noodweer aan, stellende dat zij zich verdedigde tegen een aanval van het slachtoffer die onder invloed was van alcohol en cocaïne.
Het hof Arnhem-Leeuwarden verwierp het beroep op noodweer, omdat de verdachte de woning had verlaten en daarmee volgens het hof zelf een nieuwe confrontatie had gezocht. De bewijsvoering van het hof was echter inconsistent over de locatie van het steken en er waren geen nadere vaststellingen gedaan over mogelijke uitlokking door de verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk was vanwege deze innerlijke tegenstrijdigheden en het ontbreken van nadere feiten omtrent uitlokking. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De advocaat-generaal had eveneens geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing. De verdediging had betoogd dat de verdachte binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit handelde bij haar verdediging met het mesje.
De Hoge Raad benadrukte het belang van nauwkeurige en consistente feitelijke vaststellingen bij het beoordelen van noodweer en culpa in causa, verwijzend naar een eerder arrest uit 2016.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof en wijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van noodweerverweer.