Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
11 mei 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen en het medeplegen van overtredingen van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering, gebaseerd op de artikelen 420b, 430c (oud) en 1:123, 2:404 en 2:405 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
Het cassatieberoep werd ingediend door de verdachte met klachten over onder meer medeplegen en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis.
De Hoge Raad motiveerde zijn oordeel niet inhoudelijk omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 11 mei 2021.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.