Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake het verzet tegen een uitspraak over door belanghebbende betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de Rechtbank Gelderland.