ECLI:NL:HR:2021:709
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Geldigheid en verzending van verdagingsbesluit in bezwaarprocedure parkeerbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en stelde de heffingsambtenaar in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. De heffingsambtenaar had een verdagingsbesluit genomen en dit per e-mail verzonden naar het e-mailadres van de gemachtigde van belanghebbende.
Het Hof oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was en dat de heffingsambtenaar geen dwangsom verschuldigd was, omdat het verdagingsbesluit tijdig was verzonden. De Hoge Raad bevestigt dat voor de geldigheid van een verdagingsbesluit vereist is dat het bestuursorgaan het besluit binnen de beslistermijn naar het juiste e-mailadres verzendt, ongeacht of de belanghebbende het daadwerkelijk heeft ontvangen.
Indien de belanghebbende betwist het besluit te hebben ontvangen, moet het bestuursorgaan de verzending aannemelijk maken, bijvoorbeeld met een logbestand. Het Hof had geoordeeld dat de verzending aannemelijk was gemaakt en de betwisting van ontvangst niet geloofwaardig was. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt hiermee de geldigheid van het verdagingsbesluit.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de geldigheid van het verdagingsbesluit.