ECLI:NL:HR:2021:716
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in belastingzaak
Belanghebbende was in beroep gegaan tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015. Het hoger beroep betrof tevens een beschikking inzake belastingrente. De Hoge Raad beoordeelde het beroep in cassatie tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad stelde vast dat het beroepschrift in cassatie niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken was ingediend. Deze termijn liep af op 18 februari 2021, terwijl het beroepschrift pas op 10 maart 2021 bij de griffie van de Hoge Raad was ontvangen. Ook een verzoek om termijnverlenging of bewijs van tijdige verzending werd door belanghebbende niet aannemelijk gemaakt.
De Hoge Raad gaf belanghebbende nog de gelegenheid om aan te tonen dat het beroepschrift tijdig was verzonden, maar de aangevoerde redenen konden het verzuim niet rechtvaardigen. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.