Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
25 mei 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor eendaadse samenloop van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder over de afwijzing van verzoeken tot het aanstellen en horen van deskundigen met betrekking tot DNA-kwesties, en het niet reageren op vragen over de betrouwbaarheid van verklaringen van de aangeefster.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep van de verdachte is derhalve verworpen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 25 mei 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Amsterdam.