Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
25 mei 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan opzettelijke overtredingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), gepleegd door een rechtspersoon. Het hof Amsterdam had de verdachte veroordeeld wegens het niet melden van ongebruikelijke transacties en het nalaten van cliëntenonderzoek, zoals vereist door de Wwft.
De verdachte voerde in cassatie onder meer aan dat hij geen opzet had omdat hij ervan uitging dat zijn accountant de meldingen zou doen. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep is verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof Amsterdam in stand, waarin de verdachte werd veroordeeld voor feitelijk leiding geven aan de opzettelijke overtreding van de Wwft door een rechtspersoon.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.