ECLI:NL:HR:2021:785

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juni 2021
Publicatiedatum
27 mei 2021
Zaaknummer
19/05008
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 SvArt. 311 lid 1 sub 5 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-zenden dagvaarding in hoger beroep

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging tot diefstal met valse sleutels. De verdachte werd in hoger beroep niet correct geïnformeerd, omdat het voorschrift van artikel 48 Sv Pro niet werd nageleefd: er is geen bewijs dat de dagvaarding in hoger beroep aan haar raadsvrouw is gezonden.

Uit de processtukken blijkt dat de raadsvrouw wel was geregistreerd bij het hof, maar dat de dagvaarding niet aan haar is toegezonden. De verdachte noch haar raadsvrouw zijn op de terechtzitting in hoger beroep verschenen. Dit leidt tot een ernstig vermoeden van schending van het recht op een eerlijk proces.

De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel gegrond is en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing, zodat de procedure correct kan worden voortgezet.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens niet-zenden van de dagvaarding aan de raadsvrouw.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05008
Datum1 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2019, nummer 21-001442-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in strijd met artikel 48 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) geen afschrift van de dagvaarding in hoger beroep aan de raadsvrouw van de verdachte is gezonden.
2.2.1
Bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, bevindt zich een e-mail van 24 september 2019 van de advocaat D.N.A. Brouns, gericht aan de strafgriffie van het hof Arnhem-Leeuwarden, die inhoudt dat zij de verdachte in hoger beroep als raadsvrouw bijstaat. Verder bevindt zich bij de stukken een e-mail van diezelfde dag van een medewerker van de strafgriffie van het hof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de e-mail van Brouns is doorgestuurd – naar de Hoge Raad begrijpt – naar de griffier van de terechtzitting waarop de zaak van de verdachte zou worden behandeld. De onderwerpregel houdt in “FW: stelbrief inzake cliente [verdachte] geboren op [geboortedatum]1992, parketnr. 21-001442-19”. De tekst van de e-mail luidt: “Zaak [verdachte], 4 oktober 2019. Ze is genoteerd.”
2.2.2
Bij de stukken bevindt zich ook een kopie van de dagvaarding in hoger beroep. Noch uit mededelingen gesteld op die kopie noch uit enig ander stuk dat aan de Hoge Raad is gezonden, kan blijken dat een afschrift van die dagvaarding aan de raadsvrouw van de verdachte is gezonden. Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is daar noch de verdachte noch haar raadsvrouw verschenen.
2.3
Uit wat hiervoor is vermeld vloeit het ernstige vermoeden voort dat – hoewel Brouns door de strafgriffie van het hof al was geregistreerd als de raadsvrouw van de verdachte – ten aanzien van de dagvaarding in hoger beroep het voorschrift van de tweede volzin van artikel 48 Sv Pro niet is nageleefd.
2.4
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 juni 2021.