Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:817

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2021
Publicatiedatum
3 juni 2021
Zaaknummer
20/01445
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 12 lid 3 Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in tweede fase enquêteprocedure tegen zorginstelling DeSeizoenen

De Centrale Cliëntenraad van DeSeizoenen B.V. heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin in een tweede fase van een enquêteprocedure werd geoordeeld over vermeend wanbeleid bij de zorginstelling DeSeizoenen.

De Hoge Raad heeft de klachten van de Centrale Cliëntenraad beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder heeft de Hoge Raad, mede gelet op artikel 12 lid 3 van Pro de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018, de proceskosten in cassatie gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de kostenverdeling vastgesteld. De beschikking is gegeven door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 4 juni 2021.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Centrale Cliëntenraad wordt verworpen en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01445
Datum4 juni 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
DE CENTRALE CLIËNTENRAAD VAN DESEIZOENEN B.V.,
gevestigd te Oploo,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de CCr,
advocaten: J. de Bie Leuveling Tjeenk en F.J.L. Kaptein,
tegen
1. DESEIZOENEN B.V.,
gevestigd te Oploo, gemeente Sint Anthonis,
2. DE LEDEN VAN DE RAAD VAN COMMISSARISSEN VAN DESEIZOENEN B.V.,
a) [betrokkene 2],
b) [betrokkene 3],
c) [betrokkene 5],
d) [betrokkene 6],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: DeSeizoenen c.s.,
advocaat: F.E. Vermeulen,
en tegen
3. WW ZORG GROEP B.V.,
gevestigd te Bussum,
4. [belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats],
5. [belanghebbende 3],
wonende te [woonplaats],
6. [belanghebbende 4],
wonende te [woonplaats],
7. [belanghebbende 5],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: WW Zorg Groep c.s.,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
8. DE LOKALE CLIËNTENRAAD VAN DESEIZOENEN B.V., LOCATIE GENNEP
en DE LOKALE CLIËNTENRAAD VAN DESEIZOENEN B.V.,
LOCATIE ELIVAGAR,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: de lokale Cliëntenraden,
gevestigd te Oploo,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.253.973/01 van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 24 januari 2020.
De CCr heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
DeSeizoenen c.s. en WW Zorg Groep c.s. hebben ieder afzonderlijk verzocht het beroep te verwerpen.
De lokale Cliëntenraden hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de CCr heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de ondernemingskamer beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
Mede in het licht van art. 12 lid 3 Wet Pro medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 ziet de Hoge Raad aanleiding de kosten van het geding in cassatie te compenseren aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
4 juni 2021.