Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van mensensmokkel in een bestelbus naar Groot-Brittannië en het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, op grond van artikel 197a Sr.
De verdachte stelde in cassatie dat er geen strafbaarheid bestond omdat Groot-Brittannië geen lidstaat van de Europese Unie meer is, wat volgens hem gevolgen zou hebben voor de toepassing van het strafrecht.
De Hoge Raad heeft dit middel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof Den Haag van 19 maart 2020 in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag wordt bevestigd.