Uitspraak
wonende te [woonplaats], Turkije,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
4.Beslissing
11 juni 2021.
Hoge Raad
Partijen zijn in 2001 in Turkije gehuwd en daarna in Nederland gaan wonen. In 2014 is hun echtscheiding in Nederland uitgesproken. De vrouw vordert partneralimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap. De rechtbank kende haar partneralimentatie toe en bepaalde financiële afwikkeling.
De man ging in hoger beroep, de vrouw stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in. Het hof bekrachtigde het vonnis over de vermogensrechtelijke afwikkeling, maar verlaagde de partneralimentatie aanzienlijk. Het hof oordeelde dat de voorwaarde voor het incidentele hoger beroep van de vrouw niet was vervuld.
De Hoge Raad oordeelt dat dit onbegrijpelijk is omdat de voorwaarde ook betrekking had op de partneralimentatie, die het hof had gewijzigd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Het incidentele cassatieberoep van de man wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak door naar het hof ’s-Hertogenbosch; het incidentele cassatieberoep wordt verworpen.