ECLI:NL:HR:2021:877
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie wegens niet-volledige betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende op de verschuldigdheid van het griffierecht en stelde een termijn van vier weken voor betaling. Het griffierecht werd niet volledig binnen deze termijn voldaan.
Belanghebbende kreeg de gelegenheid om een verklaring te geven voor het niet volledig betalen, maar deze werd niet geaccepteerd als geldige reden. De Hoge Raad benadrukte dat het griffierecht verschuldigd is door degene die het beroep instelt of namens wie het beroep wordt ingesteld, en dat het gelijktijdig instellen van meerdere beroepen tegen verschillende uitspraken niet leidt tot samenvoeging van griffierechten.
De Hoge Raad oordeelde dat de griffier niet verplicht is om een nieuwe termijn te stellen voor het resterende griffierecht bij gedeeltelijke betaling. Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en het reeds betaalde griffierecht werd teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-volledige betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.