ECLI:NL:HR:2021:892

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
10 juni 2021
Zaaknummer
19/05600
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen ontnemingsvordering in drugszaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2019, waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen aan de Staat ten laste van de betrokkene. De betrokkene voerde in cassatie meerdere klachten aan, onder meer over de motivering van het aantal oogsten in een hennepkwekerij en de feitelijke aannemelijkheid van het demonteren en opnieuw monteren van kettingen in de kweekruimte.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Het hof heeft voldoende gemotiveerd dat het aantal oogsten correct is vastgesteld, ondanks het kunstmatig toevoegen van CO2 in de kweekruimte. Tevens is het oordeel van het hof dat het demonteren en opnieuw monteren van kettingen zichtbare sporen moet hebben achtergelaten, terecht als een feit van algemene bekendheid aangemerkt.

De Hoge Raad acht het niet nodig om nadere motivering te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05600 P
Datum15 juni 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2019, nummer 20-003060-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 juni 2021.