ECLI:NL:HR:2021:915
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitaal indienen
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op verzet tegen een eerdere uitspraak. Het beroep in cassatie is ingesteld door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener namens een cliënt uit de Verenigde Staten.
Volgens het Besluit van 6 maart 2019 is digitale indiening van cassatieberoepen verplicht indien de uitspraak waarop het beroep is gericht op of na 15 april 2020 is bekendgemaakt. In deze zaak is dat het geval, waardoor het beroepschrift digitaal via het webportaal van de Hoge Raad had moeten worden ingediend.
De griffier heeft de indiener per aangetekende brief verzocht het beroepschrift alsnog digitaal in te dienen binnen zes weken. Ondanks ontvangst van deze brief is hieraan geen gevolg gegeven. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en is op 11 juni 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-digitaal indienen van het beroepschrift.