ECLI:NL:HR:2021:920
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, woonachtig in Marokko, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat het beroepschrift niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken was ingediend. De termijn eindigde op 15 oktober 2020, terwijl het beroepschrift pas op 26 oktober 2020 bij de Hoge Raad binnenkwam.
De Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens de mogelijkheid geboden om binnen vier weken na dagtekening van een brief van 26 november 2020 te verklaren waarom de termijn was overschreden. Deze termijn eindigde op 24 december 2020, maar belanghebbende heeft hier geen tijdig gebruik van gemaakt. Een brief die op 29 december 2020 werd ontvangen, werd als te laat beschouwd.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 11 juni 2021 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.