ECLI:NL:HR:2021:926

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2021
Publicatiedatum
11 juni 2021
Zaaknummer
20/01438
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 116.3 SvArt. 134.2.a SvArt. 552a SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake beslag op voorwerpen en auto in witwaszaak

In deze zaak heeft de klaagster cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam betreffende een klaagschrift over beslag op diverse voorwerpen, waaronder een auto, die in verband staan met een verdenking van witwassen tegen een vriend van de klaagster.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk is voor zover het beroep betrekking heeft op bepaalde inbeslaggenomen goederen en de Mercedes Benz A200, omdat deze goederen reeds verbeurd zijn verklaard in de strafzaak tegen haar vriend of omdat het beslag op de auto door teruggave is beëindigd. De Hoge Raad volgt deze conclusie en neemt het cassatieberoep niet in behandeling voor deze voorwerpen.

Voor het overige deel van het beroep wordt het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat de klachten niet leiden tot vernietiging en er geen vragen zijn die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard voor een deel van de inbeslaggenomen voorwerpen en voor het overige verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/01438 B
Datum15 juni 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 6 april 2020, nummer RK 19/7110, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het cassatieberoep, voor zover het beroep betrekking heeft op de in bijlage I met een “D” genoemde goederen met het voorwerpnummer LERAF19006_574945, LERAF19006_574953, LERAF19006_574959 en LERAF19006_574960 NOO4.04.01.002 en de Mercedes Benz A200 met kenteken [kenteken] (LERAF19006_576685), en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de inbeslaggenomen voorwerpen met de voorwerpnummers LERAF19006_574945, LERAF19006_574953, LERAF19006_574959, LERAF19006_574960 en LERAF19006_576685. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.3, 3.4 en 4.2.

3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op hetgeen hiervoor onder 2 is besproken, is bespreking van het tweede cassatiemiddel niet nodig.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk wat betreft de beslissingen van de rechtbank ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen met de voorwerpnummers LERAF19006_574945, LERAF19006_574953, LERAF19006_574959, LERAF19006_574960 en LERAF19006_576685;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 juni 2021.