ECLI:NL:HR:2021:965

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juli 2021
Publicatiedatum
17 juni 2021
Zaaknummer
20/00336
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen oplichting

In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie een veroordeling voor medeplegen van oplichting, zoals vastgesteld door het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De verdachte stelde een cassatiemiddel in via zijn advocaat, gericht tegen het hofarrest van 29 januari 2020.

De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld, maar deze bleken onvoldoende gegrond om het hofarrest te vernietigen. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, aangezien deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest van de Hoge Raad werd op 6 juli 2021 uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren. Hiermee blijft het vonnis van het hof ongewijzigd en wordt de veroordeling voor medeplegen oplichting bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het hofarrest inzake medeplegen oplichting in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00336
Datum6 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 januari 2020, nummer 20-002184-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. van Wijk, advocaat te Hoorn NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 juli 2021.