Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring, bewijsvoering en behandeling ter terechtzitting
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
5.Beslissing
5 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat verdachte veroordeelde wegens het niet inschrijven van zijn kinderen op school in strijd met de Leerplichtwet 1969.
Verdachte voerde een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5.b Lpw vanwege zijn Puritanistische geloofsovertuiging en richtingsbezwaren tegen reformatorische scholen in de omgeving. Het hof oordeelde dat deze bezwaren onvoldoende concreet en zwaarwegend waren en verwierp het beroep.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en herhaalt de criteria voor het toetsen van richtingsbezwaren: deze moeten ernstig, concreet en direct verband houdend met het onderwijs zijn. Het hof heeft de bezwaren terecht als algemeen en onvoldoende onderbouwd beoordeeld.
Het arrest benadrukt dat de rechter een onderzoeksplicht heeft bij het toetsen van vrijstellingsgronden, maar dat het hof voldoende onderzoek heeft gedaan. Het beroep op vrijstelling wordt afgewezen en het vonnis van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de vrijstelling op grond van richtingsbezwaren wordt afgewezen.