ECLI:NL:HR:2022:1020

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
5 juli 2022
Zaaknummer
21/03678
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 lid 2 sub 2 SrArt. 26 lid 1 WWMArt. 38e lid 1 SrArt. 359 lid 7 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak gewapende woningoverval en TBS-oplegging

In deze zaak stond een gewapende woningoverval in Sint Oedenrode uit 2018 centraal, waarbij onder meer twee bitcoinminers werden weggenomen. De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen diefstal met bedreiging met geweld en medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen categorie III. Tevens werd TBS met dwangverpleging opgelegd.

De verdachte stelde in cassatie motiveringsklachten aan de orde over de TBS-oplegging, met name over het subsidiariteitsvereiste en de kwalificatie als geweldsmisdrijf. Ook werd een voorwaardelijk verzoek tot het horen van twee gedragsdeskundigen ingediend op grond van het noodzakelijkheidscriterium. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de TBS met dwangverpleging noodzakelijk is en dat het misdrijf kwalificeert als een geweldsmisdrijf in de zin van de wet.

De Hoge Raad vond dat de motiveringsklachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen en dat het niet nodig was om inhoudelijk op de vragen in te gaan die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het verzoek om het horen van gedragsdeskundigen werd eveneens afgewezen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de TBS met dwangverpleging blijft opgelegd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03678
Datum12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 augustus 2021, nummer 23-003997-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juli 2022.