ECLI:NL:HR:2022:104
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 14 oktober 2021 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 25 november 2021.
Belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld, ondanks dat het bericht correct is ontvangen. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken op 28 januari 2022 door raadsheer Wortel als voorzitter, samen met raadsheren Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.